BA Leerlijnen Kunstgeschiedenis - Universiteit Leiden

Eva le Clercq & Helen Westgeest - h.f.westgeest@hum.leidenuniv.nl

Colofon

Dit werk valt onder een CC BY NC SA NL 3.0-licentie.

1. Beoordelingseisen, Planning & Stylesheet

1.1 Oriëntatie beoordelingseisen

 

Neem allereerst kennis van onderstaand beoordelingsformulier dat binnen de Faculteit Geesteswetenschappen gehanteerd wordt in de beoordeling van het Bacheloreindwerkstuk, om voor aanvang bekend te raken met de eisen:

 

Naast de algemeen geldende eisen van de Faculteit, moet je ook bekend zijn met de studie-specifieke eisen die gesteld worden aan het Bachelor-eindwerkstuk. Deze vind je in de Studiegids van de opleiding. 

1.2 Planning

 

Geregeld wordt in de verschillende hoofdstukken van Jaar 3 iets gezegd over de planning met betrekking tot het betreffende onderwerp. Hieronder tref je in het kort informatie over planning in het algemeen, voortbouwend op Tijdplanning Jaar 1. 

 

Aspecten van planning:

  • Het ‘wat’: uit welke onderdelen bestaat het werk dat je wilt plannen en in welke volgorde moet dat gebeuren. Maak hiervan een lijstje. Vergeet niet om hierin op te nemen de verwerking van feedback die je gedurende het proces zult ontvangen

  • De hoeveel tijd die nodig is om elk van de onderdelen uit te voeren. Dit is altijd jouw eigen inschatting en is afhankelijk van individuele factoren

  • De deadline, zoals een tentamen, een opdracht voor een werkgroep, het inlevermoment van jouw scriptie, afspraken met jouw docent of begeleider. Terugrekenend vanaf de deadline bepaal je wanneer je het werk gaat uitvoeren

  • Reservetijd. Door onverwachte omstandigheden (van persoonlijke aard of door het moeten aanboren van meer of andere bronnen) of door een verkeerde inschatting van de benodigde tijd, is het handig om per onderdeel reservetijd op te nemen in jouw planning

  • Bijstellen. Vergeet niet om gedurende het traject jouw planning bij te stellen. Als je meer of juist minder tijd kwijt bent dan gedacht, is het goed om je de planning daarop aan te passen

 

 

Planning eindwerkstuk

 

De exacte planning voor het schrijven van het eindwerkstuk komt in Blackboard-sites te staan. Die is bedoeld voor studenten die hun eindwerkstuk schrijven ingebed in een seminar. Deze planning verschilt per studiejaar en vind je op Blackboard. Daarin staat planningsinformatie over de deadlines en de inhoud en tijdstippen van begeleidingsmomenten die in een bepaald studiejaar gelden.

 

 

Planning eindwerkstuk onder individuele begeleiding

 

Studenten die een ander traject volgen onder individuele begeleiding van een docent, kunnen gebruik maken van onderstaand globaal planschema. De algemene richtlijnen zijn erin toegespitst op het maken van het eindwerkstuk. Het is een planschema voor het uitvoeren van het onderzoek en een schema voor het schrijfproces. Als het nodig is, kun je dit schema aanpassen zodat het goed bij jouw situatie past. Tel aan het einde alle uren op om te controleren of het geheel niet meer tijd kost dan je hebt. Ook als je (nog) niet de tijdschatting invult, kan dit schema dienen als een to-do-list die je kunt aanhouden.

 

 

 

Planningstips voor alle studenten die hun eindwerkstuk schrijven

 

  • sommige feedback is gericht op de structuur van de paper (structurele feedback), andere feedback beslaat taalkundige verbeteringen, etc. Iedere vorm van feedback verwerken vereist een andere aanpak en dus ook een andere planning. Het verwerken van de ene vorm van feedback betreft een bewerkelijke ‘overall sweep’ door het hele artikel, terwijl een andere vorm van feedback misschien verbeteringen betreft op het niveau van een individueel voorbeeld en veel sneller is te verwerken

  • schrijf elke dag een aantal uren

  • bedenk wat je doet als je vastloopt, bijvoorbeeld: leg de tekst een paar dagen apart en herlees het dan

  • houd rekening met fase-verhoudingen: bijvoorbeeld niet meer dan 5 a 10 % van de tijd besteden aan wild denken, om te voorkomen dat je te lang blijft hangen in het vooronderzoek en in tijdnood komt bij het schrijven

 

1.3 Stylesheet

Hieronder tref je de richtlijnen voor het schrijven en indienen van het Bachelor-eindwerkstuk. Dit is de zogenaamde Stylesheet van jouw afstuderen.

 

Stylesheets worden in de wetenschappelijke praktijk opgesteld en gehanteerd door uitgevers als richtlijn waaraan de auteur zich dient te houden. Het is het format waarin de auteur zijn of haar tekst moet schrijven. Een Stylesheet bevat de algemene richtlijnen omtrent de lengte van het stuk, de aan te leveren onderdelen en de gewenste wijze van indienen. Ook bevat de Stylesheet richtlijnen van stilistische en grammaticale aard, zoals de gewenste bladspiegel, het lettertype, de schrijfwijzen van namen, et cetera. Daarnaast biedt de Stylesheet het format waarin citaten, voetnoten en verwijzingen naar literatuur en afbeeldingen dienen te staan. Om veel correctiewerk te voorkomen is het noodzakelijk dat de auteur voor aanvang van het schrijfproces op de hoogte is van het format waarin zijn of haar tekst geschreven moet worden. Een veelgebruikte Stylesheet is de Chicago Manual of Style.

 

Onderstaande sheet die gehanteerd wordt door de opleiding, is samengesteld uit een combinatie van sheets van veelgebruikte uitgevers. 

Stylesheet BA-eindwerkstuk KUNSTGESCHIEDENIS

 

I. ALGEMEEN

 

1.

Het BA-eindwerkstuk bevat 6000 woorden (-/+ 5%) - exclusief noten, literatuur en bijlagen. Dat is ongeveer 12-14 pagina's.

 

2.

Het eindwerkstuk dient digitaal te worden ingeleverd. De student maakt met de begeleider afspraken over het aanleveren van exemplaren op papier. De definitieve versie moet worden ingeleverd via Blackboard, onderdeel BA Eindwerkstuk Kunstgeschiedenis.

 

 3.

Gebruik voor de lopende tekst een leesbaar font (12 pt) met regelafstand 1,5. Voetnoten staan in hetzelfde lettertype (10-11 pt) met regelafstand 1.

Gebruik geen verschillende lettertypes door elkaar en stel de kleur in op zwart. Gebruik geen macro's en codes.

 

4.

Het eindwerkstuk omvat de volgende onderdelen:

* titelpagina met:

            titel en ondertitel

            colofon met naam student / studentnummer / e-mailadres / initialen en achternaam van de eerste lezer (begeleider)  / universiteit / opleiding / specialisatie / academisch jaar / datum deadline definitieve versie

* inhoudsopgave

* inleiding

* betoog, ingedeeld in hoofdstukken, die elk op een nieuwe rechterpagina beginnen

* conclusie

* bijlagen (eventueel)

* afbeeldingen

* verantwoording afbeeldingen

* literatuurlijst

Zorg ervoor dat dit op orde is en dat je het eindwerkstuk netjes afwerkt. De afwerking is een van de criteria waar je eindwerkstuk op beoordeeld wordt.

 

5.

Alle pagina's worden genummerd, behalve de titelpagina en de inhoudsopgave.

 

6.

Alinea's worden ingesprongen met een tab, afgezien van de eerste alinea van een hoofdstuk.

Gebruik geen witregels tenzij:

- voor en na een langer citaat (meer dan drie regels). Een langer citaat moet ook ingesprongen worden.

- binnen een hoofdstuk een geheel nieuw deel in het betoog begint.

 

7.

Het eindwerkstuk dient in grammaticaal correct, stilistisch verzorgd Nederlands te zijn geschreven. Gebruik geen spreektaal of afkortingen. Pas op voor telegramstijl en verzelfstandigde bijzinnen. Wanneer een eindwerkstuk niet aan deze voorwaarden voldoet wordt het afgekeurd. (Raadpleeg ook de syllabus met Tips voor het Nederlands)

 

8.

Namen van (historische) personen dienen bij eerste vermelding altijd voluit te worden geschreven, met leefjaren vermeld tussen haken.

Voorbeeld: Rembrandt van Rijn (1606-1669)

In wetenschappelijke teksten worden kunstenaars altijd met voor- en achternaam aangeduid. Er zijn echter een aantal uitzonderingen die inmiddels zo ingeburgerd zijn dat ze zijn toegestaan. Bijvoorbeeld: Rembrandt, Michelangelo, Rafaël en Leonardo.

Bij auteurs die je bespreekt hoef je geen leefjaren toe te voegen. Dus gewoon als volgt: Volgens Linda Nochlin…, Richard Pevsner beweert….etc..

 

9.

Buitenlandse woorden of termen dienen te worden gecursiveerd, tenzij het een (langer) citaat betreft.

Voorbeeld: Sprezzatura

II. CITATEN  (in de lopende tekst)

 

1.

Citaten worden aangegeven met dubbele aanhalingstekens ("..."), worden voorafgegaan door een dubbele punt en zijn niet gecursiveerd.

 

2.

Wees spaarzaam met citaten, zeker uit secundaire literatuur! Gebruik ze niet om je eigen zinnen aan te vullen. Dus niet:

De illustraties in de Gart der Gesundheit zijn een voorbeeld van “toenemende precisie en gedetailleerde registratie van observaties in visuele vorm.”

 

3.

Een citaat moet geïntroduceerd worden. Bijvoorbeeld:

Over de functie van illustraties in boeken als de Gart der Gesundheit maakt Elizabeth Eisenstein de volgende opmerking: “Deze illustraties (...) wijzen naar toenemende precisie en gedetailleerde registratie van observaties in visuele vorm.”

Hiermee maak je ook in je lopende tekst expliciet duidelijk welke auteur je bespreekt en wie er wanneer aan het woord is.

 

4.

Doorgaans volgt op een citaat een commentaar. Bijvoorbeeld: 

Eisenstein maakt vervolgens duidelijk hoe deze toegenomen precisie een beter begrip opleverde van de afgebeelde planten en hoe deze kennis dankzij de boekdrukkunst zich snel kon verspreiden. Hieruit kan worden afgeleid dat dit ook voor schilders uit de vijftiende eeuw...etc. etc.

 

5.

Citaten in citaten worden aangegeven door enkele aanhalingstekens

(" '...' ").

 

6.

Citaten langer dan twee zinnen dien je als een apart blok in je tekst op te nemen. In dit geval moet je het hele blok laten inspringen en vooraf laten gaan door een witregel en afsluiten met een witregel. Lange citaten kunnen bijvoorbeeld nuttig zijn als je een belangrijk stuk tekst uit een primaire bon bespreekt en je de lezer niet steeds naar de bijlage wilt laten bladeren. Let op: een blokcitaat wordt niet tussen aanhalingstekens geplaatst. Het blok geeft hier namelijk al aan dat het om een citaat gaat.

Voorbeeld:

Tot slot van zijn relaas over de ‘Schaar-Minerve’ voert Houbraken de nog levende weduwnaar ten tonele:

De Heer Blok by wien haar gedagtenis in groote waarde blyft, laat haar Konstroem niet verwaarloozen; maar in tegen deel de namen, en zinspreuken door Wereldvorsten (ter gedagtenis dat zy haar berugte Schaarkonst gezien hebben) met eigen hand op papier gestelt, neffens de vaerzen der Puikdichters by een verzamelt in een stamboek pryken, en doet hunne beeltenissen door een konstige hand teekenen, om die tegens over de geschriften te plaatsen. Ook laat hy van de beste konstschilders teekeningen maken, zinspeelende op genoemde zinspreuken.

Het is duidelijk dat de Parijse tekening van Van Mieris II in deze laatste categorie past. Het idee dat dit blad als satire bedoeld was, kan na lezing van Houbraken gevoeglijk terzijde worden geschoven.

 

7.

Aanhaling van de titel van een boek, een tijdschrift of een kunstwerk moet worden gecursiveerd.

 

8.

Voor het aanhalen van de titel van een essay, lezing of artikel worden enkele aanhalingstekens gebruikt. Er wordt niet gecursiveerd.

 

9.

(Langere) citaten uit andere talen (m.u.v. Engels, Frans, Duits) moeten worden vertaald. De originele tekst wordt in dat geval bij voorkeur weergegeven in de voetnoot, met vermelding van de naam van de vertaler (indien eigen vertaling, dit ook vermelden!).

III.      VERWIJZINGEN (VOETNOTEN)

Voor het maken van verwijzingen hanteren we verkorte voetnoten. We gaan uit van de noten-bibliografie Chicago referentiestijl. Zie het einde van dit document voor een link naar de online Chicago Manual of Style.

 

1.

Verwijzingen naar de herkomst van citaten, alsmede naar de herkomst van alle argumentatie en ideeën die niet - of niet exclusief - van de auteur van het eindwerkstuk zijn, moeten in voetnoten worden verantwoord.

 

2.

Voetnoten worden aangegeven door opeenvolgende cijfers in superscript aan het einde van de zin, na de punt: ( .3 ).

Wanneer een voetnoot verwijst naar een specifieke term of deel van een zin mag het voetnootnummer na het eerstvolgende leesteken worden geplaatst.

Gebruik slechts één voetnoot aan het einde van de zin of alinea; hierin mogen meerdere bronnen worden vermeld.

Gebruik geen voetnoten in titels of kopjes van hoofdstukken.

 

3.

Er zijn twee manieren om in Chicago verkorte voetnoten te maken: author-only voetnoten en author-title voetnoten. Bij de eerste vorm volstaat het vermelden van de achternaam auteur(s) en paginanummer(s):

            1. Keblusek, 97-99.

            2. Crowne, 11.

            3. Eck & Bussels, 16.

Dit is echter niet handig als je verwijst naar meerdere werken van dezelfde auteur. Daarom hanteer je voor je eindwerkstuk author-title voetnoten. In deze verkorte voetnoot vorm vermeld je de achternaam van de auteur, de (verkorte) titel van het werk in cursief, paginanummer(s).

            1. Eck, Art, agency and living presence, 45.

Bij lange titels kun je volstaan met het eerste deel van de titel. De rest van de titel neem je immers op in de literatuurlijst

Bij een verwijzing naar een artikel, de titel niet cursiveren maar tussen dubbele aanhalingstekens.

2.Keblusek, “A frugal man in the ‘Kunstkammer’”, 97-99.

In de Chicago stijl vermeld je geen p. of pp. voor de paginanummers. Het is immers duidelijk dat het laatste deel van de voetnoot betrekking heeft op paginanummers.

 

4.

Verwijzingen naar archivalia en handschriften dienen zo specifiek mogelijk te zijn. Ze bevatten sowieso de naam van de instelling waar het archief bewaard wordt, de naam van het archief en de naam van het specifieke archiefstuk en de geraadpleegde folio’s. Neem wat betreft het laatste de exacte benaming over waaronder het stuk gearchiveerd is:

Herzog August Bibliothek, Wolfenbüttel, Cod. Guelf. 96 Novi, ff. 93r-94v (7 August 1636).

Het is gebruikelijk de naam van de instelling af te korten. Geef dan wel aan het begin van de bibliografie aan waar de afkorting voor staat:

BAV, Archivio Chigi, 25261.

BAV: Biblioteca Apostolica Vaticana

 

5.

Voor verwijzingen naar dezelfde bron zoals in de voorgaande voetnoot (als laatste titel), kan Ibidem worden gebruikt. In de Chicago stijl wordt Ibidem afgekort tot Ibid. en niet gecursiveerd. Verwijst de voetnoot naar dezelfde bron en hetzelfde paginanummer als in de voorgaande noot dan kun je volstaan met Ibid. Verwijst de voetnoot naar dezelfde bron maar een andere pagina dan vermeld je het paginanummer:

Ibid.

Ibid., 112.

 

6.

Langere voetnoten kunnen worden gebruikt om iets uit te leggen (een stroming, een concept of term etc.); om een bron in de oorspronkelijke taal te citeren of om een aspect van het onderzoek aan de orde te stellen dat niet evident relevant is in de lopende tekst. Maak zo summier en beperkt mogelijk gebruik van dergelijke explicatieve voetnoten!

 

7.

Er is geen goede manier om verkorte voetnoten te maken voor websites. Wees wat dat betreft dus wel zo volledig mogelijk.

Voor- en achternaam auteur, “Titel geraadpleegde tekst.”, Naam website, aangepast op datum, geraadpleegd op datum, URL.

Henny de Lange, “Scheuren, kreukels en vlekken: de schetsen van architecten redden, is een monsterklus,” Trouw, aangepast op 19 augustus 2018, geraadpleegd op 19 augustus 2018, https://www.trouw.nl/cultuur/scheuren-kreukels-en-vlekken-de-schetsen-van-architecten-redden-is-een-monsterklus~a2947d73/

 

LET OP!: Gebruik voetnoten voor verwijzingen naar websites alleen voor online kranten, niet-academische tijdschriften, museumsites etc. Deze hoeven dan niet meer opgenomen te worden in de bibliografie tenzij er regelmatig naar dezelfde website wordt verwezen of wanneer de website bijzonder relevant is voor het onderzoek (bijv.  een museumsite). Zie in het hoofdstuk over de bibliografie hoe je dat vervolgens doet.

Wees zeer terughoudend in het gebruiken van websites als bron.

Gebruik voetnoten voor verwijzingen naar websites niet om naar artikelen uit academische tijdschriften te verwijzen ook al heb je die online geraadpleegd. Volg daar de instructie voor artikelen. De volledige informatie komt in dat geval in de bibliografie te staan.

IV.      LITERATUURLIJST

Het laatste onderdeel van het eindwerkstuk is de bibliografie. Deze omvat: a) een lijst van primair, niet gepubliceerd bronnenmateriaal (indien gebruikt); b) een lijst van (secundaire) literatuur en c) een lijst van websites.

Wees consistent in je titelbeschrijvingen! Gebruik van programma's als Zotero en Endnote kan zeer handig zijn, mits rekening wordt gehouden met de gevraagde wijze van titelbeschrijven. Wanneer je Zotero en Endnote gebruikt en je referenties importeert van bibliotheekcatalogi ben je immers afhankelijk van hoe een bibliotheek een referentie heeft ingevoerd en dat is per bibliotheek niet per definitie op dezelfde manier. Hierdoor kunnen inconsequenties ontstaan. Controleer dit nauwkeurig! Eigenlijk kun je het beste dit soort programma’s gebruiken om je gebruikte literatuur voor jezelf te ordenen. De literatuurlijst maak je vervolgens zelf handmatig op. Ook voor de titelbeschrijvingen hanteren we de Chicago referentiestijl.

 

1.

De lijst van primaire bronnen bevat niet-gepubliceerd (archief-)materiaal. Dit wordt gepresenteerd in alfabetische volgorde van de bewaarplaatsen:

            Leiden, Erfgoed Leiden en omstreken, Notarieel archief.

 

2.

De lijst van (secundaire) literatuur is alfabetisch en bevat artikelen en boeken (met uitzondering van algemene naslagwerken zoals woordenboeken en encyclopedieën).

De beschrijvingen zijn als volgt opgesteld:

a. Boek:

Eén auteur

Achternaam auteur, voornaam of initialen auteur. Titel: Ondertitel. Plaats van uitgave: Uitgever, Jaar van uitgave:

O’Malley, M. The business of art: Contracts and the commissioning process in Renaissance Italy. New Haven/ London: Yale University Press, 2005.

Redacteur

Achternaam redacteur, voornaam of initialen redacteuren, red. Titel: Ondertitel. Plaats van uitgave: Uitgever, Jaar van uitgave:

Currie, Stuart, ed. Drawing 1400-1600: Invention and innovation. Aldershot: Ashgate, 1998.

Meerdere auteurs

Achternaam 1e auteur, voornaam of initialen 1e auteur, en voor- en achternaam 2e auteur. Titel: Ondertitel. Plaats van uitgave: Uitgever, Jaar van uitgave:

Blockmans, Wim en Walter Prevenier. De Bourgondiers: De Nederlanden op weg naar eenheid 1384-1530. Amsterdam: Meulenhoff, 1997.

Auteur(s) en vertaler of redacteur

Achternaam auteur, voornaam auteur. Titel: Ondertitel. vertaald door voor- en achternaam vertaler. Plaats van uitgave: Uitgever, Jaar van uitgave.

Bernini, Domenico, The life of Gian Lorenzo Bernini by Domenico Bernini. Translated by Franco Mormando, University Park Pennsylvania: The Pennsylvania State University Press, 2011.

of...

Achternaam auteur, voornaam auteur. Titel: Ondertitel. samengesteld door voor- en achternaam redacteur. Plaats van uitgave: Uitgever, Jaar van uitgave.

Da Vinci, Leonardo. The Literary works of Leonardo da Vinci. Edited by Jean Paul Richter, London: Phaidon, 1970.

 

b. Hoofdstuk in boek/bundel:

Achternaam auteur, voornaam of initialen auteur. “Titel hoofdstuk: Ondertitel hoofdstuk.” In Titel boek: ondertitel boek, samengesteld door voor- en achternaam redacteur(en), paginanummers. Plaats van uitgave: Uitgever, jaar van uitgave.

Eck, C.A. van. “Semper's metaphor of the Living Building: Its origins in 18th-century French theories and its function in architectural theory.” In Metaphors in architecture and urbanism, samengesteld door A. Gerber, 133-147. Bielefeld: Transcript, 2013.

 

c. Artikel in tijdschrift:

Achternaam auteur, voornaam of initialen auteur. “Titel: Ondertitel van het artikel.” Titel van het tijdschrift nummer jaargang, deelnummer uitgave (jaar): paginanummers.

Van Gelder, Hilde en Helen Westgeest. “Photography and painting in multi-mediating pictures.” Visual studies 24, 2 (2009): 122-131.

 

3.

Speciale gevallen en uitzonderingen:

a. plaatsnamen

Vermeld plaatsnamen in het Nederlands, indien mogelijk:

Parijs in plaats van Paris; Londen in plaats van Londen; Turijn in plaats van Torino etc.

b. series

Wanneer een boek deel uitmaakt van een serie, moeten naam en nummer na de titel en voor de publicatiegegevens worden vermeld.

Cohen, S. Transformations of time and temporality in Medieval and Renaissance art. Brill’s studies in intellectual history 228/6. Leiden/Boston: Brill, 2014.

c. boeken in meerdere delen

In het geval dat een boek uit meerdere delen bestaat, moet in de beschrijving het gebruikte deel (of de gebruikte delen) na de titel worden vermeld.

Eisenstein, E.S. The printing press as an agent of change, vol. I. Cambridge/New York: Cambridge University Press, 1980.  

Wanneer je in de bibliografie naar dit werk in zijn geheel wilt verwijzen (dus alle delen) dan doe je dat als volgt.

Eisenstein, E.S. The printing press as an agent of change, 2 vols. Cambridge/New York: Cambridge University Press, 1980.

In dat geval dien je in de verwijzingen (voetnoot), wel het specifieke deel waarnaar je verwijst aan te geven.

Eisenstein 1980, deel I, p. 213.

d. boeken/artikelen zonder auteur

Wanneer geen auteur wordt vermeld, wordt de titel alfabetisch geordend op het eerste woord - met uitzondering van lidwoorden.

Twintig jaar buismeubelen in de Bijenkorf. Den Haag: De Bijenkorf, 1975. wordt opgenomen onder de T

f. hoofdlettergebruik

Hoofdletters worden niet gebruikt voor afzonderlijke titelwoorden, behalve in talen waar dat grammaticaal correct is (bijv. Duits). In de geesteswetenschappen is het de gewoonte ook hoofdletters te gebruiken voor alle zelfstandige naamwoorden in Engelstalige titels. Ook in Chicago gaat men van deze zogenaamde Headline style uit. Dat is ook de richtlijn voor het BA eindwerkstuk. In sommige vakgebieden (zoals bijvoorbeeld de taalwetenschap) begint dit echter in onbruik te raken. Wees in elk geval consequent in het wel/ niet gebruiken van hoofdletters voor Engelstalige titels.

 

4.

websites

In de bibliografie worden websites apart geordend op naam van de website (niet op lidwoord). Gebruik zo veel mogelijk informatie als je kunt vinden als volgt:

Naam van de website. “Titel van het geraadpleegde stuk.” Titel van het onderdeel van de website. Laatst aangepast op datum. Geraadpleegd op datum. De URL of DOI.

Rijksmuseum. “The dying Cleopatra.” Early Netherlandish Paintings online collection. Laatst aangepast in 2016. Geraadpleegd op 18 augustus 2018. https://www.rijksmuseum.nl/nl/collectie/SK-A-2843/catalogus-entry

Voor het opnemen van blogs, commentaren, posts op social media en bijdragen aan fora zie de handleiding van Chicago. 

 

 

V. AFBEELDINGEN

Ondanks dat de Chicago referentiestijl wel richtlijnen biedt voor het opnemen van kunstwerken en foto’s als bron in de bibliografie, is zij niet toereikend voor het maken van onderschriften bij afbeeldingen. Als kunsthistorici willen we over het algemeen zo veel mogelijk informatie in het onderschrift kunnen terugvinden. Daarom baseren we ons voor het invoegen van afbeeldingen en het maken van onderschriften op onderstaande conventies:

 

1.

In werkstukken worden afbeeldingen niet in de tekst opgenomen maar in een afzonderlijk deel ná de conclusie (en ná eventuele bijlagen) en vóór de bibliografie.

 

2.

Afbeeldingen worden voorzien van een nummer dat in de lopende tekst gebruikt kan worden om naar de illustratie te verwijzen: (Afb. 1.)

 

3.

Afbeeldingen worden voorzien van een zo volledig mogelijk onderschrift; dit bevat de volgende elementen:

Naam van kunstenaar, Titel van kunstwerk, datering, materiaal/techniek, afmetingen hoogte x breedte x diepte*, (plaats, locatie, inventarisnummer).

*: Bij tweedimensionale werken volstaat de vermelding van hoogte x breedte in cm. Bij driedimensionale werken altijd hoogte x breedte x diepte in cm. Bij kleine werken zoals prenten worden de afmetingen in mm vermeld.

Paul Delvaux, La ville rouge (de rode stad), 1944, olieverf op doek, 110 x 195 cm, (Rotterdam, Museum Boijmans van Beuningen, inv. nr. 2782 (MK))

Henry Moore, King and Queen, 1952-1953, brons, 165 x 150 x 95 cm, (Washington D.C., Hirshorn Museum and Sculpture Garden, Smithsonian Institute, inv. nr. 66.3636).

Wenceslaus Hollar, De lente, 1643, ets, 265 x 184 mm, (Amsterdam, Rijksmuseum, inv. nr. RP-P-OB-11.247)

Afhankelijk van het object of kunstwerk zichtbaar op de afbeelding (schilderij, gebouw, foto, kast, kledingstuk, performance etc.) gelden er andere conventies voor het onderschrift.

 

Kunstnijverheid:

Naam van de maker, Omschrijving object of Titel, signatuur, datering, materialen en techniek, afmetingen, (plaats, locatie, inventarisnummer)

Adam van Vianen, Kan met deksel, A.D.Viana.FE., 1614, verguld zilver, 25 x 14 x 9 cm, (Amsterdam, Rijksmuseum, BK-1976-75)

 

Architectuur:

Ontwerper(s), Naam van het gebouw, Plaats, Gegevens straat en nummer, Datering. Zijde van het afgebeelde gebouw en richting waar vanuit de foto is genomen, Datering foto.

H.P. Berlage, Koopmansbeurs, Amsterdam, Damrak/ Beursplein, 1897-1903. Gezicht op de voorgevel en de linker zijgevel vanuit het zuidwesten, opname ca. 1935.

 

Zie verder: Syllabus Jaar 1, Verantwoording, Afbeeldingen. 

Er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen of ingewikkelde objecten en kunstwerken zoals een performance of een installatie. Bij twijfel overleg je met de 1e lezer van je eindwerkstuk.

 

4.

Op een aparte pagina ná de afbeeldingen verantwoord je in een genummerde lijst, die correspondeert met de nummering van de afbeeldingen, waar je de afbeelding vandaan hebt. Heb je de afbeelding uit een boek of een artikel dan kun je volstaan met een vorm die lijkt op een verkorte voetnoot.

Achternaam auteur en jaartal publicatie, het nummer van de afbeelding in de publicatie.

            Afb. 1. Van Miegroet 1989, afb. 176.

Neem in deze lijst de afkorting over zoals die in de publicatie wordt gehanteerd, bijvoorbeeld:

            Afb. 2. Marrow 2005, Ill. 31.

            Afb. 3. Lane 2009, Color Plate 10.

Gebruik je een afbeelding van het internet vermeld dan de datum waarop je de afbeelding hebt gedownload en de URL:

Afb. 4. Gedownload op 18 augustus 2018. https://www.tate.org.uk/art/images/work/T/T00/T00228_10.jpg

 

VI. PLAGIAAT

Het gebruik van andermans werk, argumentatie, ideeën etc., zonder verwijzing hiernaar is onethisch en daarmee onacceptabel.

In geval van plagiaat wordt het eindwerkstuk niet geaccepteerd en volgen mogelijk ook andere sancties.

Voor meer informatie zie:

https://www.organisatiegids.universiteitleiden.nl/reglementen/algemeen/plagiaat

 

VII NASLAG

Download hier de bovenstaande Stylesheet als PDF om op te slaan op jouw computer: 

 

 

Handleiding Chicago referentiestijl (zorg dat je via de UB bent ingelogd!)

https://www-chicagomanualofstyle-org.ezproxy.leidenuniv.nl:2443/home.html

Syllabus Academische Vaardigheden BA Kunstgeschiedenis

https://www.acvabakg.com

Bijlage B van de OER

http://hum2.leidenuniv.nl/pdf/oer/Regeling-gang-van-zaken-rond-BA-eindwerkstuk-13-14.pdf