2. Vooronderzoek, Geannoteerde Literatuurlijst & Status Quaestionis

2.1 Vooronderzoek

 

Zie allereerst Jaar 1

 

Ga vervolgens verder in Syllabus Jaar 2:

 

2.2 Geannoteerde Literatuurlijst

Definitie

Annotatie is een leenwoord afgeleid van het Latijn “annotātiō” via het Frans “annotation”, wat letterlijk “aantekening” betekent. In brede zin is annotatie synoniem voor kanttekening, opmerking, noot, aantekening of bijschrift. Een annotatie kan gebruikt worden bij van allerlei zaken, waarbij de informatie door de annotatie wordt voorzien van de geschikte context. Ook een literatuurlijst kan worden geannoteerd. Een geannoteerde literatuurlijst geeft in het kort inhoudelijk verklarend commentaar bij de in de lijst opgenomen literatuur. Dit betreft vooral secundaire bronnen/literatuur, maar ook een primaire bron kan geannoteerd worden.

Ter herinnering: Onder primaire bronnen worden de onderzoeksobjecten zelf verstaan en de documenten die daar direct betrekking op hebben, zoals archiefstukken. Een secundaire bron is de literatuur over de primaire bron. Tertiaire bronnen zijn overzichtswerken. Deze laatste gebruiken we niet of bij hoge uitzondering in ons kunsthistorische onderzoek.

 

 

Doel

Een annotatie bij een bron geeft weer hoe de bron kan worden ingezet in jouw onderzoek. Je geeft de waarde aan van de bron voor jouw onderzoek. In de annotatie neem je de essentiële begrippen op die relevant zijn voor jouw onderzoeksonderwerp. Een geannoteerde literatuurlijst is dus altijd gericht op het vooruitbrengen van jouw eigen onderzoek.

 

 

Annotatie versus Samenvatting

Een annotatie bij een bron geeft dus de relevantie of het belang weer van de bron voor jouw eigen onderzoek. Het is daarmee dus geen samenvatting.

Een samenvatting is een aanmerkelijk verkorte versie van de originele tekst. De samenvatting gaat over de complete inhoud van het onderzoek met alle daarbij behorende onderdelen, maar de minder belangrijke zaken of voorbeelden worden weggelaten. De gehele rode draad wordt in de samenvatting beknopt weergeven. Het doel van een samenvatting is om de hoofdpunten en kerngedachten uit te lichten. In ultieme vorm is de titel van het onderzoek de kortste samenvatting van de tekst. 

De samenvatting bevat geen interpretatie en/of beoordeling. Alleen de opvatting van de oorspronkelijke schrijver wordt hierin weergegeven in jouw eigen woorden zonder directe citaten uit de tekst. Dit ontbreken van interpretatie of beoordeling onderscheidt de samenvatting van een recensie.

Een samenvatting volgt de structuur van de bron en is geschreven op een logische, chronologische en traceerbare wijze. Uiteraard moet je de samenvatting in algemeen wetenschappelijke taal stellen. De lengte is afhankelijk van de originele tekst maar moet bij voorkeur niet langer zijn dan maximaal een pagina.

Een samenvatting schrijven van een boek of artikel is dus iets anders dan het schrijven van een annotatie bij een boek of artikel.

 

 

Stijl en toon

De formulering van de annotatie bij een bron is kort en bondig. Omdat de annotatie aangeeft welke bijdrage de bron kan leveren voor jouw onderzoek, is de toon in principe neutraal tot positief, gericht op het nut van de bron.

Een bron kan natuurlijk ook een standpunt vertegenwoordigen waarmee jij het niet eens bent. Je verhoudt je in die zin niet positief ten opzichte van de inhoud van de bron, maar de bron is positief in de zin van nuttig voor jouw onderzoek als je je daartegen wilt afzetten. In de geannoteerde bron leg je dus in positieve bewoordingen uit waarom de bron nuttig is voor jou, ook al verhoud je je niet positief ten opzichte van de inhoud van de bron.

 

Onderdelen

  • correcte bronvermelding volgens de opgegeven Stylesheet 

  • plaats de geannoteerde bronnen in alfabetische volgorde op achternaam van de auteurs

  • in één tot maximaal vier zinnen zeer korte samenvatting van de bron

  • beknopte beschrijving van de relevante begrippen voor jouw onderzoek

  • beknopte beschrijving hoe je de bron en die begrippen wilt gebruiken en waarom dat belangrijk is voor jouw onderzoek

 

Voorbeeld

Dickerman, L. Dada: Zurich, Berlin, Hannover, Cologne, New York, Paris. Exhibition Catalogue. Washington: National Gallery of Art, 2005.

This exhibition catalogue takes the review of the ‘Erste Internationale Dada-Messe’ (First International Dada Fair, held in Berlin in the summer of 1920) of the art historian Ernst Cohn-Wiener as its starting point. Cohn-Wiener described the fair in terms of a carnival, “a grotesque spectacle of freakish objects”.

          This spectacle-approach to Dada might be useful for this paper because I hope to interpret the frightening appearance of the subjects in Otto Dix’s 1920 paintings in a performative framework.

          Another useful aspect to this exhibition catalogue is that it used the First World War as the key historical framework for the entire Dada-movement, conceiving Dada in general as a symptom of war trauma.

 

 

2.3 Status Quaestionis 

 

Status Quaestionis betekent ‘stand van het onderzoek’. Bij het maken van een Status Quaestionis gaat het om het maken van een overzicht van de wetenschappelijke literatuur van een vakgebied.

Dit bestaat uit de volgende onderdelen:

  • uit welke denkbeelden en ideeën bestaat het vakgebied

  • wat houdt het vakgebied in

  • welke kennis en aannames horen bij het vakgebied

  • van welke onderzoekers zijn die afkomstig

  • wat er volgens jou nog opgehelderd lijkt te moeten worden

De Status Quaestionis geeft dus in brede zin inzicht in hoe het vakgebied zich tot op dat moment heeft ontwikkeld.

 

Jouw toevoeging

Voordat je zelf een onderwerp binnen dit vakgebied kunt bestuderen, is het noodzakelijk dat je kennis neemt van deze stand van zaken. Dat inzicht heb je verkregen door middel van het volgen van bovenstaande stappen. Vervolgens kun je aangeven wat jouw bijdrage zal zijn aan de ontwikkeling van het wetenschappelijke discours binnen het vakgebied en wat jouw doelstelling is. Daarmee kun je ook de relevantie van jouw onderzoek onderbouwen. De literatuur en de concepten die je daarbij zult gaan gebruiken, vormen jouw eigen Theoretisch Kader. Daarmee is het Theoretisch Kader een nader op jouw onderwerp toegespitst overzicht van de literatuur die volgt uit het grotere overzicht van het gehele vakgebied. Het Theoretisch Kader is dus een vervolgstap op Status Quaestionis. Er zal dan ook een overlap bestaan tussen Status Quaestionis en Theoretisch Kader.

 

Via vragen richting het eigen onderzoek 

Als je wilt weten wat er al is geschreven, kun je je afvragen:

  • welke onderzoeksmethodes er tot nu toe zijn gebruikt

  • welke andere disciplines behalve de Kunstgeschiedenis hebben bijgedragen aan de ontwikkelingen

  • sinds wanneer het onderwerp al wordt bestudeerd

  • welke theoretische en methodologische verschuivingen er hebben plaatsgevonden

  • welke onderzoekers toonaangevend zijn en niet kunnen worden genegeerd

  • wat de belangrijkste standpunten zijn en van wie die zijn

  • in welke landen het onderzoek plaatsvindt

 

Om aan te geven wat nog moet worden opgehelderd, beschrijf je:

  • wat er ontbreekt aan kennis

  • welke contradicties er zijn (tegengestelde meningen)

  • welke discrepanties er zijn (waarnemingen die niet met de theorie overeenkomen)

 

Voor de beschrijving van jouw bijdrage geef je aan:

  • wat jouw onderwerp is in relatie tot de leemtes en/of contradicties en/of discrepanties in de bestaande literatuur

  • wat je precies wilt weten of onderzoeken

  • waarom jouw onderzoek relevant is

 

Zandloper

De verhouding tussen Status Quaestionis en Theoretisch Kader kan je je voorstellen als een zandloper bestaande uit twee gespiegelde trechtervormen. Na opstellen van de Status Quaestionis ter voorbereiding op jouw onderzoek heb je literatuur en concepten verzameld ten behoeve van het specifieke kader van jouw eigen onderzoek. Dit Theoretisch Kader is als de punt van de bovenste trechter die begint bij de Status Quaestionis. Na afloop van jouw onderzoek geef je aan hoe jouw specifieke onderzoek kan bijgedragen aan het grotere geheel van het vakgebied. Je verbreedt dan weer van jouw specifieke onderzoek naar het gehele vakgebied. Dat is als een ‘omgekeerde’ trechter van specifiek onderzoek naar het gehele onderzoeksveld. Die twee met de punten gekoppelde trechters vormen als het ware een zandloper.

BA Leerlijnen Kunstgeschiedenis - Universiteit Leiden

Eva le Clercq & Helen Westgeest - h.f.westgeest@hum.leidenuniv.nl

Colofon

Dit werk valt onder een CC BY NC SA NL 3.0-licentie.