BA Leerlijnen Kunstgeschiedenis - Universiteit Leiden

Eva le Clercq & Helen Westgeest - h.f.westgeest@hum.leidenuniv.nl

Colofon

Dit werk valt onder een CC BY NC SA NL 3.0-licentie.

5. Betoog

Zie eerst Jaar 1, Betoog.

 

Wat?

Op de inleiding van een wetenschappelijke tekst volgt het betoog: de hoofdmoot van het artikel/hoofdstuk(ken). Dit is de kern van het onderzoek waarin de onderzoeksresultaten duidelijk reliëf moeten krijgen naarmate de argumenten gemaakt worden.

 

Waarom?

Het is belangrijk dat de lezer het onderzoek, de argumenten en de bijbehorende resultaten logisch krijgt voorgeschoteld, omdat:
 

  • de argumenten hierdoor makkelijker te volgen zijn

  • de conclusies voor de lezer daardoor aannemelijker worden; iets wat je als auteur natuurlijk hoopt te bereiken

  • lange stukken tekst overzichtelijk worden
     

Overredingskracht en duidelijkheid gaan dus hand in hand.

 

Hoe?

De auteur zorgt voor deze duidelijkheid door structuur aan te brengen in zijn tekst en deze consequent door te voeren.

Tips:
  • Maak eerst voor jezelf een argumentatieschema
     

  • Hanteer de ‘kop en staart-structuur’:

Zeg wat je gaat zeggen, zeg het, en zeg wat je hebt gezegd. Introduceer dus het onderwerp, behandel het, ingedeeld naar de verschillende aspecten, en vat tenslotte de hoofdpunten van het verhaal kort samen en kom tot een concluderende opmerking.

Deze structuur van vraag – argumentatie – conclusie geldt niet alleen voor het werkstuk in het algemeen, maar ook voor de deelhoofdstukken en paragrafen. Probeer daarom in ieder tekstdeel een vraag te stellen (of vraaggestuurd te schrijven), argumenten of bronnen aan te dragen om deze vraag mee te beantwoorden, en vervolgens een conclusie te formuleren die antwoord geeft op de gestelde vraag.

  • Behandel elke deelvraag in een apart hoofdstuk (onderverdeeld in paragrafen die delen van die deelvraag betreffen).

Elk hoofdstuk draait om de beantwoording van een deel van de onderzoeksvraag; om een deelvraag.

In het hoofdstuk hanteer je wederom de kop- en staartstructuur: je begint met een korte inleiding waarin je de deelvraag formuleert (die je ook al in de algemene inleiding noemde) en toelicht. Dan werk je deze uit en je beantwoordt de deelvraag in de conclusie van het hoofdstuk.

Geef elk hoofdstuk een eigen titel die de inhoudelijke lading van hoofdstuk dekt. Neem de meest relevante termen uit het hoofdstuk en formuleer daarmee de titel. Let op: de titel is niet gelijk aan de deelvraag!

  • Verdeel de tekst binnen een hoofdstuk in verschillende alinea’s:

Schrijf niet alle tekst zonder onderbrekingen achter elkaar door, maar verdeel deze in alinea’s. Accentueer alinea’s door aan het begin in te springen door middel van een tab.

Voor tips om het betoog visueel te structureren (kopjes, witregels, tabs), zie Jaar 1, Betoog.

  • Zorg dat iedere alinea een samenhangend geheel vormt:

Toets dit door de inhoud van iedere alinea in enkele trefwoorden samen te vatten in de kantlijn. Door je zo te realiseren waar elke alinea over gaat, kan je beoordelen of je de informatie logisch gebundeld hebt en word je je bewust van wat je precies doet in ieder tekstdeel, bijvoorbeeld: voorwaarden stellen, vragen benoemen, doel en noodzaak van het onderzoek benoemen, kunstenaar introduceren, tijdsschets maken, theoretici in relatie tot jouw kunstwerk bespreken, overeenkomsten of verschillen benoemen, een visuele analyse maken, etc.

  • Vermeld nadrukkelijk de structuur in de inleidende alinea’s van het artikel/hoofdstuk:

Bijvoorbeeld:

“Als eerste zal …. behandeld worden, waarna in de tweede paragraaf wordt ingegaan op …”.

  • Verwijs gedurende het stuk terug naar de structuur en geef aan hoever je bent gevorderd:

Bijvoorbeeld:

“Dit brengt mij tot het tweede punt…”, “Na …. behandeld te hebben, komt nu …. ter sprake”. Overdrijf niet hierin, want dat kan de lezer ook irriteren.

  • Zorg dat de belangrijkste auteurs en de belangrijkste publicaties genoemd worden in de body van de tekst.
    Stop deze niet weg in de noten, maar bespreek ze in de lopende tekst als ze cruciaal zijn voor de beantwoording van jouw vraag. De eerste keer dat je je een belangrijke publicatie noemt, schrijf je de auteur met voor- en achternaam uit en noem je de volledige naam van de publicatie plus het jaartal.
     

  • Gebruik signaalwoorden (zie ‘Wetenschappelijke schrijfstijl’)
    Hierdoor vloeien zinnen logisch uit elkaar voort en worden voor- en tegenargumenten van elkaar gescheiden.