BA Leerlijnen Kunstgeschiedenis - Universiteit Leiden

Eva le Clercq & Helen Westgeest - h.f.westgeest@hum.leidenuniv.nl

Colofon

Dit werk valt onder een CC BY NC SA NL 3.0-licentie.

8. Literatuur in argumentatie

In veel schrijfsituaties moet je in staat zijn een eigen bevinding te formuleren en deze te staven met argumenten of informatie uit bronnen. Jouw tekst is succesvol als je anderen weet te overtuigen van de legitimiteit van jouw bevindingen. Daarom is het van belang om de lezer inzicht te bieden in het brongebruik; hoe heb je de gebruikte literatuur precies ingepast in jouw artikel? Omdat het verwerken van relevante literatuur iets wezenlijk anders is dan het kopiëren, knippen en plakken van tekstdelen, dient het brongebruik bewust en met zorg te geschieden. Zie hier voor de regels omtrent verwijzingen en literatuurnotatie: Syllabus Jaar 1, Verantwoording gebruikte literatuur en Citaten en noten.

 

Do’s:
  • Ga bewust om met de literatuur die je gebruikt; wees je ervan bewust wát je met de tekst doet, en geef dit ook expliciet aan.
    Je kunt een tekst gebruiken om:

    • De feitelijke informatie die erin staat

    • De conclusies die de auteur trekt

    • De bronnen of andere auteurs die genoemd worden

    • De schrijfstijl

    • De analyse van kunstwerken

    • De gebruikte voorbeelden

    • De termen

    • De methode van onderzoek
      (hoe de auteur doet wat hij/zij doet, welke denkstappen hij/zij zet, etc. Dit kun je overnemen, maar kun je ook als uitgangspunt nemen om precies het tegenovergestelde te doen als je het er niet mee eens bent).

    • De eventuele leemtes in de tekst
      (wat stipt de auteur niet aan dat volgens jou wel aandacht behoeft?)

    • Hoe de auteur zijn argumentatiestappen opbouwt

 

Geef heel duidelijk aan welke aspecten van de tekst je zult gebruiken en hoe. Neem je bijvoorbeeld de terminologie rechtstreeks over, of verhoud je je kritisch ten opzichte van de gebruikte termen en theorieën? Meestal wordt dit alleen bij een leemte in de literatuur expliciet gezegd (men benadrukt graag wat er in de literatuur is vergeten of verkeerd gedaan, omdat zoiets de aanleiding kan zijn tot een nieuwe publicatie), maar in alle gevallen is het sterk om aan te geven hoe je de literatuur inzet in jouw onderzoek en waarom. Hiermee toon je niet alleen dat je kennis hebt genomen van de manier waarop auteurs te werk gaan, maar ook dat je bestaande literatuur kunt inzetten om een eigen argument te formuleren.

 

  • Als je een term uit een artikel gebruikt, vat dan even kort samen (in de zin daarvoor of daarna) in welke context die term in dat artikel werd gebruikt.
    Neem termen nooit blind over, maar leg in je eigen woorden uit wat ze precies inhouden. Bij belangrijke bronnen voor jouw onderzoek geef je een langere introductie van de betreffende tekst.

 

  • Maak onderscheid tussen het gebruik van teksten die heel belangrijk zijn voor jouw betoog
    (dus teksten die bij herhaling worden gebruikt) en teksten die alleen worden gebruikt voor een enkele verwijzing. Vermeld in het eerste geval de titel van het artikel / boek met het jaartal erbij. In het laatste geval volstaat een vermelding van de bron in het notenapparaat. Bij de allerbelangrijkste bronnen vat je ook de inhoud van de publicatie kort samen.

 

  • Maak duidelijk wat de auteur zegt en wat jij zegt.
    Gebruik interpunctie om jouw zinnen te scheiden van die van de auteurs. Of zeg letterlijk dat jij zelf weer verder gaat met het formuleren van jouw bevindingen, nadat je die van een auteur hebt behandeld.

 

  • Maak het duidelijk wanneer je een citaat uit de oorspronkelijke context haalt en in een geheel andere context toepast. Hiermee laat je zien dat je je bewust bent van de problemen die dat met zich mee kan brengen.

 

  • Maak onderscheid tussen citaten en parafrases.
    Als je gebruik maakt van literatuur, kun je een letterlijk citaat overnemen uit de bron. Achter een citaat moet gelijk een noot volgen. Je kunt ook een stuk tekst of een idee van een andere auteur in je eigen woorden navertellen – dat is parafraseren. Hiermee laat je zien dat je de inhoud van een tekst kunt omzetten in eigen woorden en inpassen in eigen onderzoek. Ook een parafrase moet gevolgd worden door een bronvermelding, maar dat kan aan het eind van de passage die de bron betreft.  

 

  • Beschrijf niet alleen de methode die je toepast met betrekking tot de literatuur, maar ook de methode betreffende het kunstwerk.
    Geef aan of je een werk bespreekt als zelfstandige case-study, in relatie tot het oeuvre van een kunstenaar, of een andere context. Kies bovendien een perspectief: richt je je vooral op het medium, de relatie met het toeschouwerschap, etc.?

 

 

Don’ts: 
  • Het gebruik van citaten moet zoveel mogelijk worden beperkt.
    Citaten geven stijlbreuken in een argumentatie, dus parafraseren leidt tot een soepeler te lezen betoog. Alleen als een bepaalde formulering van een auteur van belang is om letterlijk over te nemen, is een citaat noodzakelijk. Beperk de lengte van een citaat zoveel mogelijk.

 

  • Neem termen niet alleen letterlijk over uit een bron, maar leg in eigen woorden uit wat de term precies inhoudt.
    Probeer de term dus niet slechts in een citaat op te nemen, maar deze jezelf toe te eigenen.

 

  • Laat het kunstwerk niet slechts een illustratie zijn van de bestudeerde tekst.
    ​Je bent altijd op zoek naar hoe de tekst inzicht geeft in jouw casestudy, of anderszins bruikbaar is. Het gaat altijd om het beantwoorden van jouw eigen onderzoeksvragen.  

 

  • Gebruik de bron niet als heilige graal of als een vaststaand gegeven, maar verhoud je kritisch tot de tekst.

 

  • Gebruik de tekst of theorie niet als een vaststaand gegeven.
    Laat zien hoe jouw case-study de tekst ongelijk geeft of aanvult, o.i.d.

 

  • Zorg ervoor dat niet teveel achtereenvolgende noten in jouw tekst verwijzen naar dezelfde bron.
    Dan lijkt jouw paper een samenvatting te zijn van andermans tekst, in plaats van een eigen onderzoek. Varieer dus in brongebruik.