BA Leerlijnen Kunstgeschiedenis - Universiteit Leiden

Eva le Clercq & Helen Westgeest - h.f.westgeest@hum.leidenuniv.nl

Colofon

Dit werk valt onder een CC BY NC SA NL 3.0-licentie.

7. Schrijven

7.1 Schrijfstijl wetenschappelijke teksten

Lees eerst over de stijl van wetenschappelijke teksten:

Jaar 2, H.2 Schrijfstijl, 2.3 Wetenschappelijke teksten.

Jaar 2, H.2, Schrijfstijl, 2.4 Tips wetenschappelijk schrijven.

 

7.2 Het schrijven van een inleiding

Lees vervolgens over het schrijven van een inleiding:

Jaar 2, H. 3, Inleidingen.

 

7.3 Structureren betoog

Ga verder met de structuur van het betoog:

Jaar 2, H. 5, Betoog.

 

7.4 Conclusie schrijven

Fris je kennis op over het schrijven van een conclusie:

 Jaar 2, H. 6, Conclusie.

 

7.5 Logboek bijhouden

In de loop van je onderzoek kom je op nieuwe ideeën. Die zal je niet altijd meteen een plek kunnen geven, terwijl die later mogelijk wel van pas komen. Het is aan te raden om een logboek bij te houden, net zo uitgebreid of summier als je zelf wilt. Maak in elk geval na elk gesprek met je begeleider en na elke bijeenkomst van het seminar een paar notities en blader zo af en toe nog eens terug. 

 

7.6 Reverse Outline techniek

• Vind de kernzin in elke alinea, of vat elke alinea samen in één korte zin.

• Maak een overzicht van deze zinnen in de huidige volgorde.

• Is het een logisch geheel?

• Is elke alinea gerelateerd aan je hoofdvraag?

• Staan er meerdere ideeën/kernzinnen per alinea?

• Is er geen herhaling van dezelfde ideeën in verschillende alinea’s?

• Is de volgorde van de ideeën logisch en goed te volgen?

• Moeite om een alinea samen te vatten? Meerdere ideeën per alinea? à maak meer alinea’s.

 

7.7 Bewustwording invalshoek

Hoewel we als wetenschappers zo veel mogelijk proberen ons onderwerp ‘objectief’ of neutraal te benaderen, is het belangrijk bewust te zijn van de ‘subjectiviteit’ van je keuzes. De wetenschapper is, bewust of onbewust, in zijn of haar denken en schrijven beïnvloed door enkele of meerdere van de grote stromingen in het hedendaagse denken. De kunsthistoricus zal ook denkbeelden hebben over de mens, denkbeelden die afkomstig zijn uit een al dan niet verbasterde psychologie of (socio)biologie, uit religie of uit (post)humanisme. De historicus kan politiek links, rechts of in het midden staan, enzovoort. Daarnaast is Geesteswetenschap, net als andere wetenschappen, onderhevig aan trends en ‘modes’ die bepaald worden door nieuwe inzichten en door de maatschappelijke context.

Bij elk werkstuk is het belangrijk dat je op de hoogte bent van de stand van zaken op het gebied van jouw onderwerp. Onderzoek dus welke literatuur er de afgelopen jaren op jouw terrein verscheen, wat de nieuwe inzichten zijn, welke bronnen men gebruikte en waarover er discussie bestaat en welke trends er gaande zijn. Probeer vervolgens een duidelijk verband te leggen tussen de stand van zaken in het kunsthistorisch onderzoek en jouw eigen vraagstelling, en denk na over jouw positie als wetenschapper in een brede context.