BA Leerlijnen Kunstgeschiedenis - Universiteit Leiden

Eva le Clercq & Helen Westgeest - h.f.westgeest@hum.leidenuniv.nl

Colofon

Dit werk valt onder een CC BY NC SA NL 3.0-licentie.

4.Onderzoeksvoorstel

Hierover vind je format van een onderzoeksvoorstel met toelichting per onderdeel:

 

  • naam van onderzoeker: 

[= naam van auteur, dus jouw naam]

 
  • werktitel: 

[= voorlopige titel van het werkstuk/artikel/boek]

 
  • korte beschrijving van onderzoeksveld (circa 30 woorden) 

[= bijv.: veranderingen in kunstenaarschap aan eind van 19de eeuw in relatie tot maatschappelijke ontwikkelingen; de receptie van abstracte kunst in Nederland in het Interbellum; …]

 

  • onderzoeksvraag: 

[= de hoofdvraag die je in de Inleiding introduceert en in de Conclusie beantwoordt. De onderzoeksvraag beslaat een klein deel van het hierboven beschreven onderzoeksveld, en is zo specifiek mogelijk.]

 

  • twee deelvragen:

(die de inhoud van de twee hoofdstukken gaan bepalen en elk het gekozen kunstwerk/object en een aspect van het thema betreffen):

1.  …

2. …

[Een deelvraag staat centraal in een hoofdstuk (= deelonderzoek). De deelvraag wordt in de inleidende alinea’s van een hoofdstuk in de lopende tekst vermeld. De titel van een hoofdstuk is iets anders dan de deelvraag: de titel betreft het onderwerp van het hoofdstuk en kan in de richting van de conclusie van een hoofdstuk wijzen.]   

 

  • het theoretische kader (circa 30 woorden): 

[positioneer je onderzoek in het bestaande onderzoeksveld door aan te geven welke soort literatuur je wilt gebruiken om de hoofdvraag te beantwoorden, wie de belangrijkste auteurs zijn op het gebied van jouw onderzoek en welke termen en theorieën gangbaar zijn in het veld]

Voor meer uitleg over het theoretisch kader, zie  Theoretisch Kader.

 

  • het methodologische kader (circa 30 woorden) :

[licht toe hoé je je hoofdvraag wilt beantwoorden met de hierboven beschreven literatuur. Hoe ga je deze bronnen inzetten om tot een antwoord te komen? Via interdisciplinair onderzoek, receptieonderzoek, cultuurhistorisch onderzoek, kunst-sociologisch onderzoek, met gebruik van hulpwetenschappen (bijv. film studies, media studies, sociale geografie, psychoanalyse), bij voorkeur uitgesplitst naar de twee deelvragen.]

Voor meer uitleg over het methodologisch kader, zie Methodologisch Kader.

 

  • korte beschrijving van onderzoeksobject (circa 30 woorden): 

[het onderzoeksobject kan een kunstwerk of ander object zijn of een ‘kwestie’. Noem de  titel en jaartal(len) van het object, de naam en geboorte- en/of sterfdatum van de maker, en enkele belangrijke trefwoorden die het object kenmerken mits ze van belang zijn voor jouw onderzoek]

 

  • bibliografie: 

[circa 5 titels om te beginnen, die waarschijnlijk interessant zijn voor jouw onderzoek. NB notatie van literatuur volgens de regels!

Voor notatie van literatuur, zie vermelding van literatuur in Jaar 1.

 
Tot slot:

Maak in het onderzoeksvoorstel en in het werkstuk goed duidelijk dat het om de relatie tussen de verschijningsvorm (beeld, materialiteit, vormgeving etc.) van het kunstwerk (of een specifieke ‘kwestie’) en  jouw (theoretische) aanpak gaat. Hiermee verweef je het onderzoeksobject en het theoretisch kader tot een geheel dat de hoofdvraag beantwoordt. Een veelgemaakte fout is dat het object in één deel van het onderzoek besproken wordt en de theorie in een ander deel.