BA Leerlijnen Kunstgeschiedenis - Universiteit Leiden

Eva le Clercq & Helen Westgeest - h.f.westgeest@hum.leidenuniv.nl

Colofon

Dit werk valt onder een CC BY NC SA NL 3.0-licentie.

6. Conclusie

Zie eerst Syllabus Jaar 1, Conclusie.

 

Het betoog eindigt met een conclusie. Een artikel, werkstuk, scriptie of boek eindigt met een conclusie, maar ook de deelonderzoeken (hoofdstukken en paragrafen) moeten deelconclusies bevatten. Een conclusie is veel meer dan een samenvatting van het voorgaande. In een conclusie geef je antwoord op de onderzoeksvraag. Dat betekent dat in de eindconclusie van een werkstuk de deelconclusies in relatie tot elkaar worden besproken en niet als een opsomming (copy-paste) van die tekstpassages in de hoofdstukken.

 

Do’s:
  • Herhaal de onderzoeksvraag en de aanpak (niet letterlijk overnemen uit de Inleiding, maar verwerken in de lopende tekst): kom terug op datgene wat je aan het begin van het stuk hebt toegezegd te onderzoeken. Dit houdt de ‘kop-en-staart-structuur’ in tact.

  • Geef een korte samenvatting van de belangrijkste bevindingen van de hoofdstukken: breng daarbij een hiërarchie aan op basis van belang van de onderzoeksresultaten.

  • Trek hieruit een conclusie: vat de resultaten niet alleen samen, maar interpreteer deze resultaten met het oog op een antwoord op de hoofdvraag.

  • Weeg de beantwoording af tot een zo secuur mogelijk antwoord; benoem de mate waarin de conclusie tot nieuwe inzichten heeft geleid. Wees zo genuanceerd als mogelijk: “enerzijds…, anderzijds…”.

  • Evalueer het onderzoek; bespreek kort de oorspronkelijke verwachtingen en de onverwachte wendingen die het onderzoek nam. Welke delen van het onderzoek waren uiteindelijk iets teleurstellend en welke aspecten van het onderzoek (of visies) leverden meer inzichten op dan verwacht?

  • Heb je een hypothese gebruikt i.p.v. een onderzoeksvraag, geef dan aan of de hypothese overeind blijft staan of niet.

  • Behandel de relevantie van de conclusie voor de bredere context van het onderzoekveld.

  • Bespreek de eventuele beperkingen en lacunes van het onderzoek, gevolgd door  punten die in aanmerking komen voor vervolgonderzoek.

Bijvoorbeeld: “Deze studie behandelde niet ….” “Het ging aan het doel van dit onderzoek voorbij om …. te onderzoeken”, “Aspect X nodigt daarom uit tot nader onderzoek.”

  • De slotzin mag poëtischer en gekleurder zijn dan de rest van het stuk: een toepasselijk citaat, een ironische, nuancerende opmerking of een persoonlijke touch.

 

Don’ts:
  • Draag geen nieuwe informatie aan in de conclusie. Een conclusie kan alleen getrokken worden op basis van het voorafgaande betoog.

  • Draag geen voorbeelden aan. Voorbeelden dienen ter ondersteuning van de argumenten en deze horen in het middenstuk thuis.

  • Knip en plak niet de tekst van de deelconclusies uit de hoofdstukken in de conclusie van het werkstuk.

  • De conclusie moet geen samenvatting zijn, maar echt antwoord geven op de deelvragen en hoofdvraag.

  • Als de conclusie van deelvraag 1 de basis vormt van de volgende deelvraag, bestaat het gevaar dat er niets meer overblijft voor de eindconclusie. De eindconclusie is het antwoord op de hoofdvraag. De hoofdvraag is onderverdeeld in deelvragen. De eindconclusie moet dus bestaan uit de antwoorden op de deelvragen die afzonderlijk bijdragen aan het antwoord op de hoofdvraag. Zorg dus voor een goede balans.

  • De conclusie mag geen generalisaties bevatten. Daarmee zou je alle subtiliteit teniet doen die je in het middenstuk bereikt hebt. In de conclusie moet het antwoord op de vragen juist zo nauwkeurig mogelijk geformuleerd worden.

 

N.B.

Negatief resultaat is ook resultaat. Het kan gebeuren dat het onderzoek niet heeft opgeleverd wat je oorspronkelijk verwacht of gehoopt had. Dit betekent absoluut niet dat het onderzoek geen waarde heeft.